• slider_herfst_2.jpg
  • slider_herfst_1.jpg

logo karmahouse

Het zijn Koninklijke Honden

"We kunnen niet op vakantie. Niet dat ik daar behoefte aan heb hoor. Ik ben gewoon 24 uur per dag met die honden bezig". De Harlingse Ankie Tijsseling fokt honden. Niet zomaar honden, maar twee rassen, die zonder meer als zeldzaam kunnen worden aangemerkt: De King Charles Spaniel, waarvan er in Nederland slechts een twaalftal staat geregistreerd en de Japanse Spaniel, ook wel Chin genoemd. Van dit laatste ras huist er in het onopvallende huis aan de Horscamp zelfs een wereldkampioen. Het verhaal van een vrouw die drie jaar geleden als hobby met het fokken van honden begon en er geheel verslingerd aan raakte.

Beeldjes van honden in de boekenkast, reproducties van etsen aan de muur, omvangrijke naslagwerken opengeslagen op de blankhouten tafel: de kamer van de Tijsselings heeft een geheel eigen sfeer. Bekers, medailles en linten hebben een eigen afdeling aan de wand: op de aangepaste vloer staan diverse "kooien", waarin de dieren kunnen slapen. Er wordt gerend, gesnuffeld, gekeft en gelikt, maar even later is het stil. 'Siësta", verklaart mevrouw Tijsseling. "Ze hebben 's middags een uurtje waarop ze allemaal liggen te slapen".

Zowel de King Charles als de Japanse Chin worden gekenmerkt door wat je een Oosters uiterlijk zou kunnen noemen: ze zijn compact en gedrongen, hun pootjes kort, hun schedels rond, hun snuiten plat.
"Er zijn zoveel rassen: ieder mens valt wel voor een bepaald ras. En ik ben gevallen voor die platte snuitjes. Verder hebben ze gewoon de eigenschappen die ik in een hond zoek, ze zijn heel erg levendig en vrolijk, maar ook gevoelig voor lieve woordjes. Bovendien hebben ze beide een wat Oosters karakter. Het zijn echte gezelschapshonden

 


  • 003

Valevan Robert Llewlyn

  • 004

Valevan Yocho Taru

Vastbesloten

Toen haar vorige honden, twee Cavalier King Chales Spaniels (een verwant ras met een spitsere snuit) iets meer dan drie jaar gelden vrij snel na elkaar dood gingen, was Ankie Tijsseling dan ook vastbesloten een King Charles in haar bezit te krijgen.

Voor het zover was moest er nog heel wat gebeuren. In Nederland was van de gewenste soort niet één dier te krijgen, maar ook pogingen om in Frankrijk en Duitsland aan een King Charles te komen liepen op niets uit. Waaruit het voornemen ontstond, de King Charles Spaniels dan maar zelf terug te gaan fokken. Uiteindelijk was het via de fokster van haar vorige honden dat mevrouw Tijsseling de adressen kreeg van enige Engelse kennels, waar nog wel King Charles Spaniels aanwezig waren. In het verenigd Koninkrijk legde Ankie Tijsseling haar eerste contacten met één van die adressen, De Valevan-Kennel in de buurt van Gloucester. Contacten die er toe leidden, dat de eerste King Charles al spoedig naar Harlingen verhuisde. Inmiddels zijn dat er vier geworden, die alle in huize Tijsseling een onderdak hebben gevonden. Nog steeds bestaat er samenwerking tussen de Engelse kennel en mevrouw Tijsseling, die haar kennel "of the Karma House" noemde. Mrs. Evans, de eigenaresse van de Valevan-kennel, staat haar Harlinger collega met raad en daad terzijde in haar pogingen, het King Charles ras in Nederland terug te fokken.

Iets dat voorlopig nog op zich zal laten wachten. Van de Japanse Chin, die de Harlingse pas in tweede instantie ging fokker, zijn er in de Harlinger kennel al twee nestjes geboren: pogingen om een nestje King Charles te verwekken zijn tot nu toe steeds mislukt. Het is dan ook niet het gemakkelijkste ras om terug te fokken, of zoals Ankie Tijsseling het zelf uitdrukt "Het is niet een hond die alles een beetje op de klok doet,  een teefje wordt normaliter twee maal per jaar loops, maar dit ras slaat ook wel eens een keertje over".
Het is slechts één van de factoren die het terug fokken van een zeldzaam hondenras zo moeilijk maken. Pech is een andere; Ankie Tijsseling heeft een inmiddels driejarige King Charles teefje al een paar maal laten dekken, maar zonder resultaat. Voor de fok is deze teef nu, in verband met haar leeftijd, voorgoed ongeschikt. Een derde factor die het terug fokken er niet gemakkelijker op maakt, is het gebrek aan passende reuen bij een zeldzaam ras.

Nee, het is voor mij bepaald niet zo gemakkelijk als bij die populaire rassen waar ze maar raak mee fokken. Ik hoop, wat dat betreft, dat de rassen die ik heb nooit populair worden. Niet omdat de lol er dan af is, maar omdat er dan een verkeerde fok in komt: iedereen gaat maar nestjes fokken en dan krijg je honden met duidelijke gebreken. Mensen zien dan niet meer welke combinaties bij elkaar passen, bloedlijnen interesseert ze niet! Dat is de verkeerde weg, je moet een ras terug fokken, niet kapot fokken.

Hulp

Gelukkig komt er hulp voor mevrouw Tijsseling. Nu staat ze er nog alleen voor, maar in het Zuid Hollandse Gorinchem heeft ze een hondenliefhebster gevonden die zich ook met het terug fokken van de King Charles bezig wil gaan houden. Ik moet nu alle honden alleen aankopen en ook dat houdt ééns op, want goedkoop is het niet. Een King Charles uit Engeland kost mevrouw Tijsseling zo'n 300 Engelse ponden (ongeveer 1200 gulden) en dat alleen, omdat ze bevriend is met de fokster. Andere kennel vragen zo het dubbele bedrag voor een hond. Bovendien kan ik hier in huis nooit twintig of dertig honden houden. Dat kan misschien als de kinderen de deur uit zijn, dan kunnen we verhuizen naar een plaats waar we meer ruimte hebben. Nu moet ik gewoon een paar liefhebbers vinden, zodat je kunt samenwerken. Maar ook met twee Nederlandse foksters kan het volgens de Harlingse "nog jaren duren, voor er in Nederland zeg 20 tot 25 goede honden zijn".

Wachten is een sleutelwoord als het om een King Charles Spaniel of Japanse Chin gaat. Ankie Tijsseling wacht al tijden op haar eerste nestje "Charlies", maar ook eventuele kopers, liefhebbers, moeten heel wat geduld uitoefenen voor zij een King Charles hun eigendom mogen noemen. Ik krijg veel telefoontjes waarin om pupjes wordt gevraagd. Die heb ik dus nog niet. Maar echte liefhebbers nemen geen andere hond, die kunnen wel wachten, al gaat daar soms jaren overheen. Overigens zal niemand "zomaar"een hond van Ankie Tijsseling kunnen kopen, want zij doet geen afstand van een hond voordat ze zeker weet, dat het dier goed terecht zal komen. Het eerste wat ik doe als mensen bellen, is ze vragen eens langs te komen, vertelt ze. Dan kunnen de mensen de honden zien, binnen en buiten. Sommigen komen er dan op terug, maar meestal willen ze wel naar huis met één onder de arm. Ik verkoop geen honden zo over de telefoon, ik wil zelf zien hoe de mensen tegenover mijn honden staan. Als er een klant komt waarvan ik dank, dat is hem niet, dan krijg zo iemand géén hond van mij. Iemand die hele dagen werkt, krijgt van mij ook geen hond, die kan beter een poes nemen, want deze dieren hebben hun aandacht wel nodig.

Succes

Als je éénmaal met showen begin, je komt met een goede hond en je wint je eerste titel, dan ben je er al gauw een beetje verslaaf aan. Vroeger showde ze al met haar eerste honden, de Cavaliers, maar sinds Ankie tweeën een half jaar geleden met haar nieuwe honden ging showen, is het afreizen van hondenshows een vast onderdeel van haar levenspatroon geworden. In de weekends ben ik erg veel weg. De hondenshows zijn meestal ergens in het zuiden van het land of in het buitenland. De Paasshow in Leeuwarden is mijn thuisshow, verder moet ik er altijd vreselijk veel voor rijden. Vanaf het moment dat mevrouw Tijsseling een vaste klant op de hondenshow werd, liet het succes niet lang op zich wachten. De eerste titel kwam op het conto van de Japanse Chin Valevan Yocho Taru, die op de internationaal bekende Winnersshow in Amsterdam de Jeugd winner titel behaalde. Ook Robert Llewlyn, een King Charles reu en internationaal kampioen, is afkomstig uit de Britse Valevan Kennel. Maar de meest aansprekende titel staat vooralsnog op naam van een hond uit eigen kweek, het zelf gefokte Chin teefje Takara Musume of the Karma House, op 8 Mei 1986 werd zij in Tulln (Oostenrijk) Jeugdwereldkampioen. Nou, dan ben je wel trots hoor, vertelt Ankie Tijsseling. Vooral om dat het een zelf gefokt teefje is. Aan de andere kant zegt een titel som niets, relativeert ze meteen. Je moet je daar niet op verkijken, showen het woord zegt het al, is zuiver exterieur, maar honden hebben ook nog een interieur. Er zijn honden met kampioenstitel, waarvan ik er niet graag één zou willen, om hun karakter of om een fout die ze hebben. Net als in de paardenwereld, wordt hier ook gedaan aan vriendjespolitiek.

 
  • 005

Berry

  • 006

Kayleigh

Lichtgeraakt

Zowel de Japanse Chin als de King Charles zijn zeer eigenzinnige hondjes. Ankie Tijsseling, vooral de Japjes zijn er lichtgeraakt. Als je iets doet wat ze niet aanstaat, gaan ze ergens liggen en reageren helemaal niet meer op je. Ze houden dan hun hoofd in de lucht en hun oogjes half dicht, alsof ze oost indisch doof zijn. Je moet dan zelf maar uitzoeken wat je fout hebt gedaan. Een eigenzinnigheid die voortkomt uit het verleden? In de 16e en 17e eeuw deden de "Charlies"hun intrede aan het Engelse hof en genoten daar allerlei privileges, geen deur bleef voor een King Charles Spaniel gesloten. Ook de Japanse Chin mocht in het verleden niet mopperen, zowel in Japan als aan (weer) het Engelse Hof verkeerde zijn onder de adel. Hondjes met koninklijke allure dus. Voor ik wegga kijk ik de kamer nog een rond, zie de hondjes nog eens her en der door de brandschone kamer verspreid liggen, in kooien, in luie stoelen. Nee, ze hebben het hier niet slechter op gekregen. Misschien zelf wel beter.

Overgenomen uit de Harlinger Courant van 22 Augustus 1986